Deel 1 van 2

Wie is... Hermann Seger

De kegel of cone is het begin van de manier om de temperatuur in de oven te controleren en te beheersen. Om het gebeuren rondom cone`s te begrijpen is het goed om eerst eens naar de man te kijken die deze ontwikkeling heeft veroorzaakt.

De segerformule

De heer Hermann Seger kreeg bekendheid doordat hij werkte aan de ontwikkeling van de continu steenoven van Hoffman. In 1869 werd hij benoemd bij het Duitse laboratorium en de redactie van het  “Deutsche Töpfer- und Ziegler-Zeitung”. Na het overlijden in 1871 van de redacteur werd Seger benoemd als nieuwe redacteur. In die tijd publiceerde hij veel artikelen waaronder een bekend artikel over haarscheuren in glazuur en de analyse van kleien.

Later ging Seger zijn eigen weg , richtte de “Tonindustrie zeitung” op, met daarbij een onderzoekslaboratorium. Uiteindelijk accepteerde hij het directeurschap van een nieuw laboratorium dat aan de staats-poseleinfabriek werd toegevoegd.

 

Het essay dat de naam Seger vertrouwd heeft gemaakt bij alle keramisten, werd in 1886 gepubliceerd. Deze scriptie ging over gestandaardiseerde kegels voor de keramische industrie.  Deze segerkegels zijn zo effectief dat ze niet alleen door het buigen de temperatuur aangeven maar ook de verandering die tijdens het stoken bij de klei en glazuur in de oven zijn geweest.

 

 kegels in oven

 

3 segerkegels in een oven

Het ontstaan van de kegel of cone

De meetapparatuur die in die tijd gebruikt werd, was de elektrische pyrometer van Siemens. Deze kon in een groot bereik meten maar moest ook vaak bijgesteld worden vanwege het verlies aan weerstand. Andere meetsystemen gingen uit van visuele beoordelingen van de kleur van de gloed, kwik en gas thermometers, of het smelten of uitzetten en krimp van metalen.

kegel op een steun, gesmolten

 

Een kegel op voetje, gesmolten

Seger overwoog het gebruik van voorgesmolten kegels van glas, maar deze waren vaak zo onzuiver dat hij het idee maar liet varen. Ook ontstond er vervlieging van grondstof aan de oppervlakte, en dat maakte het ook nog eens onnauwkeurig. Hij merkte ook dat veel glazuurmengsels ontglazen door het langzame tempo van verhitting van de oven. Hierbij worden kristallen gevormd die gedurende de eerste verwerkingsperiode niet smelten waardoor de vroege smeltperiode verlengd werd en waardoor de eindtemperatuur uiteindelijk verhoogd werd.

 

Uiteindelijk gebruikte Seger de grondstoffen die ook op grote schaal gebruikt werd voor de fabricatie van porselein glazuren (veldspaat, calciumcarbonaat, kwarts en kaolien). Deze komen in de natuur al standaard voor en bevatten geen bestanddelen die verdampen. Hij koos de zuiverste uit locatie (bijv. veldspaat uit Roersstad,  kaolien uit Zettlitz, enz.) . Deze wreef hij met de hand fijn op glazen platen en vormde ze in geoliede koperen matrijzen tot kegeltjes van 5 cm hoog.

Dit was het begin van de kegels zoals wij ze nu kennen. Door de verschillende grondstoffen precies af te wegen en te mengen, ontstond er een hele reeks van cone`s die wij tot op de dag van vandaag nog veel gebruiken.

De kegel en het glazuur

Seger merkte dat er drie groepen van oxides belangrijk waren in het ontwikkelen van kegels maar ook van glazuur. Als je dus een glazuur wil maken op een bepaalde temperatuur, dan neem je de cone die op die temperatuur volledig gesmolten is, en kan dan zijn/haar oxides toevoegen voor kleur.

In glazuren gebruiken we een smeltmiddel, een samenbinder of stabilisator, en een glasvormer. Het smeltmiddel zorgt dat de silica gaat smelten op de juiste temperatuur. De samenbinder zorgt ervoor de je glazuur stabiel is en niet van de scherf afloopt.En het laatste, de glasvormer, is altijd kwarts en zorgt voor het “glas” van het glazuur.

 

Dan heb je nog een vierde groep en deze zorgt voor kleur of opaak, maar dit is een deel wat niet nodig is om een glazuur compleet te maken. Wel kan de oxide de smelttemperatuur veranderen, alsmede bepalen of deze mat of glanzend wordt.

 

Tot zover het verhaal over Hermann A Seger. Het volgende deel gaat over de kegels zelf.